

Een gids voor djembe
Oorspronkelijk engels
artikel van Eric Charry
Gepubliceerd in Percussive Notes, vol.34, no. 2 April 1996
Vertaald door Hub Moens 08/03/2002
De jembe (in Frans geschreven
als Djembe) groeit enorm in populariteit. In populariteit kan de djembe
zich tegenwoordig misschien wel meten met de conga en de steeldrum.
In de jaren 50 werd dit instrument bekend door de wereld tournees van “Les
Ballets Africains” onder leiding van de Guinerer Fodeba Keita. In
de eerste tiental jaren daarop volgend was de djembe bij een kleine groep
muzikant en aanhangers van de Afrikaanse muziek en dans bekend.
In de Verenigde Staten concentreerde de belangstelling zich rondom Ladji
Camara een lid van “Les Ballets Africain” in de jaren vijftig,
die sinds zestiger-jaren een generatie van Amerikaanse spelers heeft opgeleid.
Wereldwijd werd tot de tachtiger jaren slechts een handvol grammofoonplaten
uitgebracht die een kleine selectie van djembe muziek lieten horen.
.
Vanaf 1980 is de interesse in djembe muziek enorm toegenomen. Meer dan een
dozijn opnamen speciaal met alleen djembe muziek zijn sindsdien uitgebracht,
evenals vele opnamen waar djembe gespeeld wordt in gemengde groepen. Tournee
van de nationale balletgezelschappen van , Guinee, Mali en Senegal en voormalige
percussie spelers van deze groepen spelen voor de in aantal groeiende belangstellenden
aantal djembe leraren stijgt sterk door het aantal studie reizen naar Afrika.
Belangrijke trommel makers ontdekten onlangs een markt voor machinaal gemaakte
trommels.
De reden waarom de internationale invloed niet zo snel ging verschillen.
Taal verschillen tussen de Verenigde Staten en de vroegere Franse koloniën,
waar de djembe geboren is, zijn verantwoordelijk voor de vertraagde migratie
van grote aantallen Franssprekende WestAfrikanen naar Noord Amerika.
Het overlijden van Guinese president Sekou Toure in 1984, na een 25 tal
jaren van sterke stimulering van de kunst en een meer en meer tegengaan
van de van de internationale vervreemding, opende hij de deuren voor bezoek
door buitenlanders.
Tevens werd bevorderd dat Guineres hun blik verruimde naar het buitenland
na langdurige bevoogding door Frankrijk.
Kort na het tijdperk Toure hebben zich Mamady Keita en Famoudou Konate in
Europa gevestigd.
Les Ballets des Africains(na onafhankelijkheid in 1958 werd dit het nationale
ballet) brachten cd’s uit onder Europese begeleiding. Een groep slagwerkers
voornamelijk voortkomend uit Ballet Djoliba(opgericht in 1965 als tweede
nationale ballet van Guinee) begonnen met rondreizen en het uitbrengen van
cd’s onder de naam Percussions de Guinee(opgericht in 1988 als nationaal
ensemble), wederom onder Europese begeleiding. Een korte tijd geleden gehouden
rondreis met ex-Police drummer Stewart Copeland droeg bij aan vernieuwing
van hun bekendheid.
De grote opkomst van de wereld muziek begon eind jaren 80 en vermindert
tot op heden niet, is ook een belangrijke factor, met organisaties zoals
WOMAD in Engeland die rondreizen organiseert met onder andere op djembe
gebaseerde groepen zoals Fatala uit Guinee en Farafina van Burkina Faso.
Massa interesse in de
djembe is niet samengegaan met serieuze informatie van uit het Afrikaanse
thuisland over her gebruik er van. Er waren veel misverstanden over het
gebruik van de djembe waren er in overvloed. Basis vragen zoals, wie speelt
het instrument, bij welke gelegenheden, in welke landen en in welke samenstelling
zijn worden buiten Afrika moeilijk begrepen. Weinig niet van geboorte jembe
spelers hebben veel tijd doorgebracht in Afrika om te zien hoe het djembe
spelen functioneert in haar oorspronkelijk omgeving waar het floreert. Afrikaanse
djembe leraren in het buitenland doen hun best om diepgaand te communiceren
over de betekenis van de djembe met hun buitenlandsstudenten. Maar buiten
het klassieke probleem om buitenlandse cultuur te begrijpen, is er een meer
standaard probleem: de taal.
Engels is vaak de 4e, 5e of 6e taal die door jembe spelers gesproken wordt,
na hun moederstaal(vaak Malinke, Susu of Bamana), een 2e Afrikaanse taal(zoals
Fula, Wolof, Soninke, of Bobo) vaak een 3e of 4e Afrikaanse taal, en Frans.
Afrikaanse ritme patronen waarvan er geen vergelijkbare in Europese talen
bestaan zijn het moeilijkste uit te leggen, buiten de ervaring en betekenis
van het spelen bij gebeurtenissen zoals besnijdenis en uitdrijvingen.
Zelfs de schrijfwijze
zorgt voor verwarring. Omdat de meeste Afrikaanse talen van oorsprong geen
manier van opschrijven kennen. Europese schrijfwijzen zijn overgenomen.
De Engels j klank wordt in het Frans Afrikaans geschreven als dj, di of
soms dy. De Engels lange u klank wordt in het Frans geschreven als ou.
Mensen die de Afrikaanse taal niet spreken plaatsen een Europees of Amerikaans
accent boven op de Franse schrijfwijze, waardoor de Afrikaanse uitspraak
nog verder verwrongen wordt. Dit is ook geval met het ritme Mandiani in
Frans en soms verkeerd uitgesproken als Man-dee-Ahn-ee door Engels sprekenden.
De Franse spelling djembe is overgenomen door het publiek dat zich niet
bewust is van de koloniale erfenis die de oorzaak is van deze spelling.
Het is geen Frans instrument maar een Afrikaans. Zowel Afrikanen als “niet-Afrikanen”
bedenken liever manieren om het Bamana en Maninke op een fonetische manier
op te schrijven, dan de Franse manier die vanuit de koloniale historie komt.
De vereenvoudiging van de Franse spelling zoals djembe, Mandiani en doundounba
tot jembe, Manjani en Dundunba laten dit zien en promoten de Afrikaanse
uitspraak.
Er zijn buiten de taal
nog andere problemen die naar het buitenland verhuisde Afrikaanse jembe
leraren te boven dienen komen.
De Afrikaanse methode van een vak leren: kijken , doen, bekritiseerd worden,
herzien en toepassen.
Maar hoe kan deze methode werken bij wekelijkse lessen of klassen met weinig
mogelijkheden voor leerlingen om te zien hoe jembe spelers een op een op
dansers reageren.
Afrikaanse jembe leraren hebben op een creatieve manier nieuwe middelen
moeten vinden om de kennis op hun niet-Afrikaanse leerlingen over te brengen.
Deze zijn vaak tegenstrijdig of slecht gedeeltelijk in overeenstemming met
traditie waarmee zij zijn opgegroeid. Vloeiende ritmes worden vereenvoudigd
en bevroren. Improvisatie wordt beperkt tot het minimum. Het op en neer
gaan van het tempo, samenhangend met het temperament van de dansers wordt
verminderd. De originele omstandigheden waaronder deze ritmes en dansen
werden uitgevoerd gaat verloren.
Het aanpassen van dorps traditie aan nieuwe omstandigheden is niet nieuw
voor jembe spelers.